Bungle Bungles National Park

een voorbeeld

De lijnen worden veroorzaakt door een dun laagje
cyanobacterien die het goed doen op sommige lagen
sedimentair rots

Na ons vertrek uit El Questro zijn we naar Kununurra gereden, ongeveer 100 kilometer. Daar hebben we diesel getankt (inclusief reserve), boodschappen gehaald en onze gasfles gevuld. Het was ontzettend druk in Kununurra met touristen. Er zijn voornamelijk 4×4’s en blijkbaar is in het droge seizoen 80% van de klanten bij de supermarkt op weg naar de Gibb River Road of zijn net klaar… We zijn na de middag direct naar de Bungle Bungles vertrokken.

Onderweg hebben we bij een roadhouse overnacht omdat het langzaam aan begon te schemeren en omdat de toegangsweg naar het park 50 kilometer 4×4 track is. Bij het roadhouse ‘wonen’ allerlei constructie medewerkers (of mijnbouwers). Het is een beetje een trieste bedoening aangezien hun kamertjes kleiner zijn dan de gemiddelde student in NL zou accepteren en de meeste werkende mensen net acceptabel als walk in closet zou vinden. Er waren diverse groepjes die zich op een of andere manier ‘vermaaktend’. Met wat drank op wordt het allemaal uiteraard wat dragelijker voor deze mensen dat ze ver weg van hun familie / bekenden zitten. Maar ja je moet wat als je 250.000 AUD (ongeveer 175.000 Euro) per jaar kunt verdienen als kraanchauffeur. De overlast viel gelukkig mee en we werden zelfs uitgenodigd voor een drankje; wat we vriendelijk hebben weten af te wimpelen

De toegangsweg is zo slecht dat men adviseert om 2 tot 3 uur uit te trekken om bij de ingang van het park te komen. Het lijkt erop dat dit met opzet is om het aantal bezoekers laag te houden. Voordat we aan de toegangsweg beginnen hebben we nog wat informatie ingewonnen. Er blijken nog een paar rivieren te zijn die wat hoger staan dan we hadden verwacht namelijk 50 centimeter. Ach ja, we hebben nu ervaring en denken dat het allemaal wel zal meevallen. De officiele informatie is tenslotte 2 weken oud

De weg het park in is inderdaad de slechtste weg tot nu toe maar levert weinig grote problemen op. De rivieren komen we goed over ondanks dat deze een relatief zachte ondergrond blijken te hebben. Ach ja er staan toch geen bordjes om aan te geven hoe de oversteken heten en dus heeft de informatie aan het begin weinig nut… Er is slechts 1 modderig stuk waar we een flinke steen raken met 1 van de bodemplaten. Na een korte inspectie van de krassen op de plaat rijden we verder.

Eenmaal in het park aangekomen, na 2 uur hobbelen, besluiten we om bij Walardi Camp te verblijven. Het is een bush camping met compost toiletten en verder geen voorzieningen. Na de lunch wandelen we naar Cathedral Gorge in de buurt van Picanini Gorge. Dit deel van het park heeft prachtig geerodeerde rots formaties die op bijenkorven lijken.

‘s-Avonds gaan we onze worstjes braden op de gezamenlijke hout barbecue. Er is ook een gezamenlijk houtvuur, omdat het niet toegestaan is om een eigen vuurtje te maken vanwege brandgevaar. Er is ook een interessant groepje mensen dat ook wil barbecuen. Eigenlijk hadden ze dat bij hun eigen plaats wilden doen maar door de camping beheerder de regels duidelijk uitgelegd kreeg.

Het is een interessant groepje. Het is namelijk een ‘cowboy’ met zijn vrouw en twee aboriginals. Ze blijken voor een of andere overheidsinstantie te werken en hadden eigenlijk ergens anders mogen kamperen. De ‘cowboy’ en de aboriginals blijken op een cattle station te werken of hebben daar gewerkt (het wordt niet helemaal duidelijk). Vooral de cowboy heeft allerlei verhalende aboriginals zeggen bijna niets en nemen geen initiatief om aanhet gesprek deel te nemen. Er zijn inmiddels ook andere stellen op het kampvuur afgekomen en er wordt driftig verhalen uitgewisseld tot diep in de nacht, nou ja tot een uur of 10… het is tenslotte al ruim 4,5 uur donker!

De volgende dag doen we het rustig aan en zijn maken we nog een wandeling naar een uitkijkpunt in de buurt van Picanini Gorge. In de middag rijden we naar de camping (Kurrajong Camp) aan de andere kant van het park, ongeveer 20 kilometer verderop. De volgende ochtend gaan we naar de Echidna Chasm. Dit is een scheur met rotswanden van 180 meter hoog. De scheur is maximaal 10 meter breed en  op sommige plaatsen slechts 30-50 centimeter. Er moet hier en daar over rotsen geklommen worden om aan het einde te komen. Aan het einde hebben we gewacht tot de zon rechtstreeks in de scheur komt om goede foto’s te kunnen maken. We waren niet de enigen, er is altijd wel iemand nieuwsgierig en dus wordt er met allerlei mensen een praatje gemaakt.

In de middag doen we nog een wandeling, de zogenaamde Mini Palms Walk. Dit is de meest uitdagende 1 daagse wandeling die er is in het park. Het begin is vooral warm door het gebrek aan schaduw en door dat we door een droge rivierbedding met losse steentjes. Daarna is er een stuk waar we over/onder grote rotsen (conglomeraat) moeten klimmen. Hier is er gelukkig schaduw. Het is een ideaal stuk voor kinderen. Ze kunnen hier naar hartelust klauteren en naar volwassen lachen als die hun buik inhouden om door een smal stuk te komen. Het is een mooie gorge maar het einde stelt wat teleur omdat er blijkbaar iets gebeurt is waardoor er nauwelijks mini palmpjes over zijn.

Nadat we terug zijn gekomen bij de camping komen we er achter dat ons rechterachterwiel erg warm geworden is. Veel warmer dan de andere wielen. We hebben dus het achterwiel eraf gehaald om te kijken of er misschien iets te zien is (bijv. een rem die vast zit). Uiteraard zijn er allerlei behulpzame mensen maar geen experts… Er is niets te zien en het wiel draait wel rond (al schraapt de rem een beetje).  We besluiten dus het er maar op te wagen. De locale ANWB zal wel niet zo maar even langs kunnen komen en als we het rustig aandoen valt het hopelijk allemaal mee.

De volgende ochtend zijn we op pad gegaan naar de uitgang. We waren niet de enigen. We zijn de hele weg achter 8-9 auto’s aangereden. Nou ja rijdenhet was meer stilstaan dan rijden. We hebben het dus extra rustig aan kunnen doen (max 30-35 km per uur) en het rechterachterwiel werd ook nauwelijks warm. In de drie dagen dat we in het park zijn verbleven was de weg nog slechter geworden maar was er beduidend minder water in de creeks en rivieren. De ergste rivier was zeker 10 centimeter gezakt. Helaas komen er voor 4×4 tour bussen het park in waardoor op zachte plekken flink diepe sporen zijn. Alleen op dezelfde plek als op de heenweg hebben we wat moeilijkheden. Deze keer door de diepe sporen waardoor op een overwacht moment de achterkant in eens een stuk naar rechts opschuift en de auto een flink stuk naar rechts begint te overhellen. Waarschijnlijk duurt dit maar een paar seconden maar we schrikken er wel van. Aan het einde van de weg blijkt het rechterachterwiel nauwelijks warm geworden te zijn.

Op de snelweg richting Kununurra blijkt dat bij hogere snelheden het rechterachterwiel toch flink warm wordt. We rijden door tot het eerste roadhouse bij Warnum om te kijken of er daar een garage is die er naar kan kijken. Er blijkt een overstroming geweest te zijn (8-9 maanden geleden) waardoor de meeste mensen geevacueerd zijn en de garage is dus nog niet terug…. De mensen van het roadhouse waren niet bepaald behulpzaam en bijna onvriendelijk te noemen. Aangezien we erg niets aan hebben om bij het roadhouse te blijven besluiten we verder te rijden en het wiel goed in de gaten te houden. Bij het volgende roadhouse (100 km verder) stoppen we dus maar voor een lunch. Het personeel hier is beduidend vriendelijker. Uiteindelijk bereiken we Kununurra en gaan we direct naar de locale Mitsubishi dealer. Hier worden we zonder blikken en blozen verteld dat ze op zijn vroegst op de 18 juli ernaar zouden kunnen kijken. Okee je kunt het druk hebben en het kan hoog seizoen zijn maar toch niet bepaald een klantvriendelijke insteek. Er kan nog net een verwijzing naar een andere garage vanaf

Bij de andere garage blijkt dat ze over ruim een dag tijd hebben en dus blijven we een extra nachtje in Kununurra… De auto blijkt geen directe problemen te hebben dus gaan we verder naar Darwin.

Vroeg in het droge seizoen is hier en daar nog water.Hier kun je wolken weerspiegeld zien.

Het is zo 200 meter diep uitgesleten

Het einde van Cathedral Gorge meteen gigantische overhang.

Een kookaburra

Overzichts foto

Een ondervloer van harde rots

Echidna Chasm

Echidna Chasm

Palmbomen

Palmbomen

Het wiel ging er ook weer op…


2 gedachten over “Bungle Bungles National Park

  1. Hoi Mathilde en Christof, leuk om over jullie tocht naar The Bungles te lezen. Wederom erg herkenbaar. De track er naartoe was voor mij één van de spannendste die ik heb gereden, met enorme wash oits waar ik maar net omheen kon en ik heb nog een foto dat ik tot mijn middel in het water sta om de diepte van een river crossing te peilen. In Kunnunura heb ik nog een tijdje als meloenenplukker gewerkt. Those were the days…
    (ik stooi een beetje met reacties, de ene keer op facebook en nu hier). Succes met het vervolg van de reis.

  2. Een kleine poll: The Kimberley is één van de mooiste gebieden van Australië.
    Als je nu de foto's van de Bungle Bungles weer ziet en van The Gibb Roveer Road. Prachtig!

Geef een reactie